Een jong kind leeft in het hier en nu en richt het hele wezen op wat in en om haar/hem is. Een baby is volkomen vredig na een voeding en een peuter gaat helemaal op in de bewegingen van een vlieg op het raam. Tegen het 3e levensjaar komt er al verandering. Kinderen van die leeftijd worden zichtbaar geplaagd door de drang zich als persoon te manifesteren. De “ikke zelluf doen” periode is geen gemakkelijke voor het kind of de omgeving. Emoties overweldigen het kleintje en vaak is het – tijdelijk – niet in staat om troost te accepteren of innerlijke rust te hervinden. Van de volwassene is in deze periode pedagogisch tactisch handelen vereist, wat niet altijd meevalt. Mindful ouderschap is in deze periode een zegen voor alle betrokkenen.  

Vlak na de 4e verjaardag begint het schoolgaande leven en krijgt het kind te maken met vormen van spanning en stress, met eisen en verwachtingen en met nieuwe sociale situaties. Het duurt niet lang voordat er ook buiten schoolse activiteiten in de kinderagenda verschijnen: zwemlessen, kleutergym, dans of een creatieve activiteit. Het kind vormt zich en ontwikkelt op alle mogelijke gebieden en het gaat in een razend tempo. In het derde leerjaar schrijft het voor Kerstmis een eerste briefje en leest boekjes uit. De kleuter die samenvalt met haar omgeving is verdwenen en een zelfbewuster schoolkind bekijkt de wereld vanaf een afstandje. De eerste commentaren en kritische opmerkingen schokken de (groot-)ouders en het kind houdt zich regelmatig actief bezig met toekomstige gebeurtenissen zoals een verjaardag of sinterklaasviering. 

Wie een kind op deze leeftijd, van 6,5 tot 7, observeert ziet dat de aandacht anders gericht is. Als er voldoende ruimte is om te spelen, gaat het kind daar nog wel vaak helemaal in op en als er een afwasje gedaan mag worden, dan richt het zich met het hele wezen daar op.
Én je merkt ook dat ze nu vaker met hun gedachten heel ergens anders zijn. Dit is de leeftijd waarop het zinvol is om mindfulness met kinderen te gaan beoefenen. Op een speelse en lichtvoetige manier en aansluitend bij hun natuurlijke interesses.

Ergens rond het 10e levensjaar, dat wil zeggen tussen grofweg 8,5 en 10 jaar, maken kinderen een heftige periode door als ze zich ervan bewust worden dat zij los van hun gezin/familie een eigen wezen zijn. Dit is bij uitstek een periode waarin kinderen moed en kracht kunnen putten uit de beoefening van mindfulness.

Een aardig middel om hen inzicht te bieden in het eigen innerlijk is de “Geest in de fles’. 

In de kring benoemt elk kind een emotie die het is tegengekomen in de afgelopen uren en werpt een aantal droge bonen, erwten of zaden in een glazen pot met helder water. Als iedereen iets heeft toegevoegd, roer je met een houten lepel flink door het water, zodat alles gaat ronddraaien. Dan zet je de pot neer en richt iedereen de aandacht op het neerdalen van de zaden en bonen. 

Bespreek hoe helder de geest is als het water kalm is en de zaden etc. op de bodem rusten. Laat de kinderen verwoorden wat er gebeurt als er veel turbulentie is.
Je kunt ook sneeuwbollen gebruiken of zelf sneeuwbollen maken met glitters, warm water, glycerine (verkrijgbaar bij de drogist) een beetje afwasmiddel en wat zout.
Deze en talloze andere bruikbare oefeningen geven kinderen inzicht in de werking van de eigen geest waardoor ze zichzelf beter gaan begrijpen en minder worden meegesleept door wat er in hen omgaat. 

Vanaf een jaar of 11/12 hebben kinderen, en met name meisjes, meer behoefte aan formelere vormen van meditatie zoals zitmeditatie en loopmeditatie. In het klein dus niet langer dan een paar minuten. Zen tangles tekenen of mandala’s inkleuren genereren in deze leeftijd groep als vanzelf bewuste aandacht en stilte en zijn daardoor populair bij de kinderen.